Jaap Stam (1): “Voetballers van nu zijn bijna atleten”

Blog jaap stam
Shares

Na een succesvolle 15-jarige voetbalcarrière – waarin hij onder meer 67 wedstrijden in het Nederlands Elftal speelde en diverse grote prijzen won – stapte Jaap Stam (42) in 2009 over naar het trainersvak als interim trainer bij PEC Zwolle, de club waar hij ook als profvoetballer debuteerde.

De rest van zijn carrière is geschiedenis: Cambuur, Willem II, PSV, Ajax. Manchester United, Lazio en AC Milan. Hij wist de Champions League, Wereldbeker, vier landstitels en vier nationale bekers te winnen. Momenteel staat hij samen met Andries Ulderink aan het roer van Jong Ajax en proberen zij jong talent klaar te stomen voor de stap naar de A-selectie. Wij spraken met Jaap over zijn verleden als voetballer, zijn huidige rol als trainer en wat hij zelf doet om fit en gezond te blijven.

Verleden: Jaap Stam de voetballer

Met een lengte van 1. 91 en 91 kilo schoon aan de haak werd je bij Manchester United ook wel ‘The Beast’ genoemd’. Het resultaat van alleen voeding en dagelijks op het veld staan, of deed je ook aanvullende krachttraining?

Haha, ja dat heb ik gelezen! Ik denk dat het te maken had met een bepaalde manier van spelen, mijn postuur en mijn uiterlijk. Dat de supporters daarom die bijnaam voor mij hebben verzonnen. Binnen het team en de club werd ik niet zo genoemd. Mijn uiterlijk is puur natuur.
In het begin van mijn carrière was er – zeker in Nederland – nog weinig aandacht voor krachttraining en voeding. Dat kwam pas in een later stadium in Engeland en Italië aan de orde. Bij Manchester United kwam ik voor het eerst in aanraking met krachttraining, maar was het vooral in Italië waar hier echt aandacht aan werd besteed. En natuurlijk ook – de Italianen kennende – het belang en genieten van (goede) voeding.

Je hebt bij verschillende clubs in Nederland, Engeland en Italië gespeeld. Welke verschillen zijn jou hierbij het meest opgevallen qua training en spelopvatting?

In Nederland zijn we vooral gewend voetbaltechnisch te trainen en ligt ook veel nadruk op het spelen van goed positiespel. Daarnaast willen we ook mooi voetballen en altijd alles ‘voetballend’ oplossen. Ook wordt in Nederland van spelers verwacht dat ze meedenken in een bepaald systeem en hoe daarin te spelen.
In Engeland was dit niet het geval. De trainer – destijds Alex Ferguson – had een bepaald systeem in gedachten dat door de spelers moest worden uitgevoerd. Op het gebied van training werd aan tactiek weinig gedaan er werd hoogstens 10 minuten even aandacht aan besteed. ‘Sir Alex’ legde de verantwoordelijkheid bij de spelers zelf neer. Er werd min of meer van je verwacht dat je goed kon inspelen op de speelwijze van de tegenstander.
Pas in Italië werd het gestructureerder; hier gingen we met videobeelden aan de slag en werd ook tactisch meer aandacht besteed aan bijvoorbeeld het neerzetten van de verdediging. Het voetbaltechnische aspect kwam hier minder vaak aan bod, maar er werd juist weer veel gedaan op het gebied van voeding en krachttraining. Bekend van AC Milan is natuurlijk ‘’Milanello’’ waar een heel team van specialisten individuele programma’s voor de spelers opstelde. Die kennis kwam de fitheid van de selectie behoorlijk ten goede met als bijzonder voorbeeld Paolo Maldini die het – superfit – tot zijn 40e heeft volgehouden.

Verschillende culturen betekent ook verschillende eetgewoontes: wat waren die verschillen ten aanzien van voeding en suppletie?

Bij PEC Zwolle, Cambuur en Willem II kwamen deze onderwerpen nog niet aan bod. Eigenlijk was het bij PSV dat er voor het eerst echt aandacht aan voeding en suppletie werd besteed. Naast gezonde sportmaaltijden op de club kregen we ook advies over de juiste voeding voor voetballers. Dit advies volgde ik grotendeels op, maar ik moet je ook eerlijk bekennen dat ik af en toe wat smokkelde met een patatje. Ik vind dat dit ook wel moet kunnen op zijn tijd.
Als je dan in het buitenland bij een topclub als Manchester United gaat spelen dan verwacht je dat daar heel veel aandacht aan wordt besteed. Niets was minder waar en eigenlijk kwam dit onderwerp niet of nauwelijks aan bod. De verantwoordelijkheid lag op dat gebied echt bij de speler zelf en ging men er bij de club wel vanuit dat je op het gebied van voeding de juiste keuzes kon maken.
Uiteindelijk kwam ik in Italië terecht en daar werd wel goed in de gaten gehouden wat je beter wel of niet kon eten. Daar kwamen ook voor het eerst de voedingssupplementen in beeld. Ik zelf was daar – op een bruistabletje Supradyn na – niet echt mee bezig.

Blessures staan een goede ontwikkeling van voetballers nogal eens in de weg. Welke tegenslagen heb jij op fysiek vlak gehad en hoe ben je daar mentaal mee omgegaan?

Ik mag in mijn handen knijpen, want behalve twee operaties aan mijn achillespezen heb ik verder weinig fysieke tegenslagen gekend. Als je kijkt naar de blessuregevoeligheid van het voetbal en ik zie wat oud-teamgenoten hebben meegemaakt, dan mag ik hier zeker niet over klagen.

Het voetbal is de laatste jaren steeds sneller en krachtiger geworden. Wat is jou het meeste opgevallen van deze ontwikkelingen binnen het voetbal?

Met name het fysieke aspect wordt tegenwoordig steeds belangrijker. Voetballers van nu zijn bijna atleten en moeten naast voetballend, ook fysiek en conditioneel ‘top’ zijn om mee te kunnen draaien in het profvoetbal

Benieuwd hoe Jaap Stam de spelers van Jong Ajax klaarstoomt voor het grote werk? Je leest het in deel 2 van ons drieluik.

Geef als eerste een reactie on "Jaap Stam (1): “Voetballers van nu zijn bijna atleten”"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*


Shares