Waarom suiker juist voor het puberbrein zo slecht is

puberbrein
Shares
Obesitas komt wereldwijd steeds meer voor en de stijging is vooral bij jongeren dramatisch met een desastreus effect op het puberbrein.

Enige tijd geleden kreeg ik in een vlaag van opstandige puberwoede het boek Puberbrein Binnenstebuiten naar mijn hoofd geslingerd met de opmerking: “Zoek jij maar in je stomme boek op wat je nu met mij moet doen.” Daar zat wel een kern van waarheid in. Ook ik doe mee aan de populariteit van ons brein en lees alles wat los en vast zit. Er zijn 3 dingen die je over het puberbrein moet weten:

  1. het is in ontwikkeling
  2. het is dol op beloning
  3. het is kneedbaar

Wat er in ons hoofd gebeurt, staat volop in de belangstelling. Je kunt geen (digitaal) medium openen of er valt wel iets over te melden. En vooral onze pubers moeten het dus ontgelden. Was het tientallen jaren geleden de invloed van geslachtshormonen op de hersenen die hun irrationele gedrag verklaarde, inmiddels is bekend dat ook het brein zelf nog niet volledig ontwikkeld is. Daar komt nu bij dat een overmatige consumptie van junkfood schade toebrengt aan juist die delen van de hersenen waar onze cognitieve (leren en geheugen) functies zitten. Kinderen en tieners zijn de grootste verbruikers van hoogenergetisch junkfood – vol suiker en vet – en van zoete drankjes. Het verhoogde metabolisme en de snelle groei die bij de puberteit horen, kunnen bescherming bieden tegen obesitas. Jammer genoeg beweegt de jeugd steeds minder en is goedkoop junkfood zo snel en makkelijk te krijgen dat geen groeispurt daar tegenop kan. Een voedingspatroon dat veel geraffineerde suiker en verzadigd vet bevat draagt niet alleen bij aan gewichtstoename en de bijbehorende aandoeningen, het heeft ook een sterk negatief effect op de hersenfunctie. Het is bekend dat overmatige consumptie van junkfood schade toebrengt aan de delen van de hersenen waarmee we leren en dingen onthouden. Neuronen in bijvoorbeeld de hippocampus, waar onze herinneringen worden opgeslagen, werken niet langer optimaal en dat leidt weer tot slechtere leerprestaties. Dit is zeer zorgelijk, want onze adolescentie is een essentiële periode waarin we leren hoe de wereld in elkaar steekt. Het is ook de periode waarin we onze zelfstandigheid vinden, inclusief de keuzes die we maken over wat we eten.

Onderzoek toont aan dat suiker slecht is voor het puberbrein en leren

Recent onderzoek bij knaagdieren laat zien dat het adolescente brein een verhoogd risico loopt op cognitieve dysfunctie ten gevolge van sommige diëten. Adolescente muizen krijgen, in tegenstelling tot volwassen muizen, geheugenproblemen bij een voedingspatroon met veel vet. Ratten in hun tienerjaren die zoete drankjes kregen, waren minder goed in staat de plaats van een ontsnappingsluik te onthouden dan volwassen ratten die ook zoete drankjes kregen en jonge ratten op een suikerarm dieet. De hersenen van de jonge ratten die veel suiker kregen hadden ook vaker ontstekingen in de hippocampus, met leerproblemen en geheugenstoornissen als gevolg. Ontstekingen in de hersenen kunnen leiden tot cognitieve achteruitgang en dementie. De negatieve effecten van obesitas op de hersenen zijn ook waargenomen bij jonge mensen. Tieners met obesitas deden het slechter bij wiskunde, spelling en mentale flexibiliteit dan jongeren met een gezond gewicht. Hersenscans lieten zien dat tieners met obesitas een kleinere hippocampus hadden. Dit toont aan dat overmatig lichaamsvet invloed heeft op het leercentrum van onze hersenen. Suiker veroorzaakt ontstekingen in de hippocampus met leerproblemen en geheugenstoornissen als gevolg, omdat de hippocampus vooral betrokken is bij het opslaan van nieuwe herinneringen. De definitieve opslag van kennis in het langetermijngeheugen vindt vermoedelijk plaats in gebieden van de neocortex.

1 – Het puberbrein is in ontwikkeling

In onze tienerjaren veranderen onze hersenen sterk, zowel in structuur als in functie. Onze adolescentie is een periode met een verhoogde neuroplasticiteit dankzij de grote veranderingen die de verbindingen in onze hersenen ondergaan. Hersenonderzoek laat zien dat onze prefrontale cortex pas volledig ontwikkeld is als we net twintig zijn. De prefrontale cortex speelt een belangrijke rol bij uitvoerende functies, een term die gedragscontrole, oplettendheid en besluitvorming omvat. Een slechte regulatie van de prefrontale cortex in de adolescentie kan een verklaring zijn voor het risicozoekende gedrag van tieners, zoals roekeloos rijden, drugsgebruik en ‘comazuipen’. Opvoedkundige maatregelen om tieners op de gevaren van dit soort gedrag te wijzen, vinden meestal geen gehoor. Het is de prefrontale cortex die ons helpt om gedrag te vermijden waar we toe worden aangezet door onze omgeving. Dit soort gedrag vermijden als er een onmiddellijke beloning tegenover staat kan bijzonder moeilijk zijn, vooral voor pubers

2 – Het puberbrein is dol op beloning

De riskante gedragingen die tieners laten zien worden vaak meteen beloond. Het beloningssysteem van onze hersenen laat de neurotransmitter dopamine vrijkomen als we iets prettigs meemaken, met als gevolg een sterkere drang naar meer.
Zeker tieners worden sterk aangetrokken door beloning, zoals het eten van voedingswaren met een hoog suiker- en vetgehalte. Het adolescente beloningssysteem is gevoelig voor prikkelingen en kan permanente veranderingen ondergaan in deze periode.
Samen met een verminderd vermogen om verleidingen te weerstaan is het daarom niet verrassend dat tieners graag iets eten dat gemakkelijk te krijgen is en meteen voldoening geeft, zelfs dwars tegen gezonde adviezen in. Veranderingen in de hersenen die zijn veroorzaakt door overmatig suikergebruik in de puberteit kunnen zich op latere leeftijd manifesteren als moeilijkheden met het ervaren van voldoening. Uit onderzoek blijkt dat mannelijke ratten die in hun puberjaren suikerwater dronken als volwassenen minder motivatie hadden en minder van een beloning konden genieten. Deze gedragingen liggen aan de kern van stemmingsproblemen, waaronder depressiviteit. We kunnen er ook uit opmaken dat hoe we eten in onze puberteit onze hersenfunctie als volwassene kan beïnvloeden, met als gevolg langdurige veranderingen in voedselkeuze en het waarderen van beloning en voldoening.

3 – Het puberbrein is kneedbaar

Door overmatige consumptie van junkfood en suiker tijdens de adolescentie kan de normale ontwikkeling van de hersenen ontsporen. Dat kan weer leiden tot langdurige gedragsvoorkeuren, in dit geval de gewoonte om vet en zoet te eten met obesitas als gevolg. Gelukkig is diezelfde kneedbaarheid van het tienerbrein ook de reden waarom jonge mensen gevoeliger zijn voor verandering. Mogelijkheden om jongeren met een verhoogd risico te herkennen en in te grijpen kunnen negatieve gedragsspiralen  die hun oorsprong vinden in de puberteit voorkomen. Zo kan een leven lang van gezonde keuzes aangemoedigd worden.

Advertentie

Wanneer je lange dagen maakt en continu een beroep doet op je hersenen, komt het erop aan dat je zorgt voor de goede voedingsstoffen. Er zijn drie voedingsgroepen die een groot verschil maken: 1) omega 3-vetzuren uit visolie 2) adaptogenen bij stress, zoals ginseng en 3) magnesium dat zorgt voor rust en herstel van je hoofd. Als je de juiste voeding hiervoor kiest, suiker en witbrood van het menu schrapt, granen en magnesiumrijke voeding toevoegt, dan word je – qua chemische samenstelling – een heel ander mens.

 

Shares

Geef als eerste een reactie on "Waarom suiker juist voor het puberbrein zo slecht is"

Laat een reactie achter

Your email address will not be published.


*


Shares